Contentmarketing, Taal 0 comments
door Aäron van der Sanden, 11 december 2017
Waarom kantoorclichés en managementtaal je content verrijken

Iedereen die ook maar een beetje met tekstschrijven bezig is, leest en smult van de columns van Japke-d. Bouma in het NRC. Kantoorclichés worden onderuitgehaald en in deze context verwordt managementtaal tot niets meer dan een wassen neus (wat zal ze van deze zin smullen, red.). Tekstschrijvers zijn ook niet vies van een beetje creatief (management)taalgebruik, maar in mijn optiek bevordert dat alleen maar het leescomfort. Want laten we eerlijk zijn: content creëren is meer dan alleen een stukje tekst uit je toetsenbord trekken.

Om deze blog maar direct in het juist perspectief te plaatsen: termen als “in je kracht staan” zíjn om jeuk van te krijgen. Professionele schrijvers, zeker in de b2b, zie ik dit soort clichématige teksten amper tot helemaal niet gebruiken. Eigenlijk nooit, maar ik ben dan ook niet in staat om álle content die op het web wordt geslingerd of in de bladen wordt gedrukt te lezen; vandaar de slag om de arm.

En wanneer ik over en voor mezelf spreek, heb ik mijn schrijfstijl altijd als nuchter beschouwd. Geen poespas, geen tierelantijntjes, maar rechttoe rechtaan. Maar zelfs ik voel me op een bepaalde manier wel aangesproken door wat Japke-d. allemaal opschrijft. Ook ik gebruik termen waar een al dan niet veel betere variant van bestaat, in haar ogen dan. Neem de term ‘content creëren’. In de letterlijke Nederlands vertaling noemen we dat natuurlijk ‘inhoud creëren’, maar wanneer we dát gaan zeggen, kunnen we bij Mediatic ook augurken gaan inpotten of heet water door gemalen koffiebonen in een beker laten lopen. Het alternatief spreekt niet tot de verbeelding, dekt in mijn ogen de lading niet.

Zeker binnen de financiële wereld wordt er regelmatig met Engelstalige termen gesmeten die Japke-d. met alle liefde en plezier de ezelsoren opzet en naar het strafhoekje verwijst. Tegenwoordig heb je het over agile werken. Verzekeraars en banken brengen teams bij elkaar die flexibel zijn, die kunnen meebewegen met de uitkomsten, die daarom in de aanwezige expertise binnen hun groep divers zijn. In een tekst schrijven dat “teams agile werken om vraagstukken op te lossen” klinkt in ieder geval wat vanzelfsprekender binnen de financiële branche dan “teams die flexibel en meebewegend werken met experts uit verschillende disciplines om vraagstukken op te lossen.” Om over het leescomfort nog maar te zwijgen.

Toon, timbre, terminologie
Content is, alles bij elkaar, dus veel meer dan een tekst uit je toetsenbord trekken. Tekstschrijven (copywriting, red.) gaat, naast grammatica en spelling over toon, timbre en terminologie die binnen de branche aan- en voor zichzelf spreken. Dan wordt er weleens gesproken met termen waar Nederlandse taalpuristen van gruwelen. Maar, moeten we ‘puur’ blijven, met onleesbare en niet-aansprekende teksten tot gevolg? Of kiezen we ervoor de sector, al dan niet grensoverschrijdend, te volgen qua terminologie en het leesconform te prevaleren boven de angst voor een sneer van een Neerlandicus?

Het lezen van de columns van Japke-d. Bouma, gecombineerd met het werk dat ik als copywriter inmiddels enige tijd voor Mediatic uitvoer, heeft mij duidelijk gemaakt dat het schrijven van aansprekende én doeltreffende teksten (of het nu whitepapers, webteksten, SEO, persberichten of artikelen betreft) niet alleen een kwestie is van het Groene en Witte Boekje naast elkaar leggen, maar dat er veel meer bij komt kijken.

Kennis opzuigen (Wat houdt de Algemene Verordening Gegevensbescherming in?), deze informatie verwerken in begrijpelijke copy (in de vorm die er het beste bij past) en daar de passende terminologie in verwerken (of een team nu wel of niet lean of agile werkt); dáár draait het om.

Ongeacht wat een Japke-d. daar nu eigenlijk van vindt.

Tags
Geen tags gevonden
Laat reacties zien
toon alle gerelateerde artikelen